08-03-2021

Vernieuwing vmbo – Rapportage monitor en casestudies

Vernieuwing vmbo – Rapportage monitor en casestudies

Vanaf 2016/17 zijn nieuwe beroepsgerichte examenprogramma’s ingevoerd in het vmbo. De 35 vakafdelingen zijn teruggebracht naar 10 profielen. Sinds schooljaar 2017/18 werken alle vmbo-scholen in Nederland met de nieuwe beroepsgerichte examenprogramma’s. In de jaren daarvoor hebben pilotscholen met de nieuwe programma’s geëxperimenteerd.

De aanleiding voor de vernieuwing vmbo was meerledig:

  • Er was behoefte aan actualisatie van de verouderde inhoud, die beter zou aansluiten bij vervolgopleidingen in het mbo en bij de actuele beroepswerkelijkheid;
  • De behoefte aan minder versnippering;
  • De behoefte aan een meer flexibele en toekomstbestendige opzet; dat wil zeggen aanbod dat organiseerbaar en betaalbaar blijft, ook bij teruglopende leerlingenaantallen of andere keuzes van leerlingen;
  • De behoefte aan een herkenbaar vmbo-aanbod waarmee de school- en opleidingskeuze voor leerlingen en ouders vergemakkelijkt wordt.

De vernieuwing van de beroepsgerichte examenprogramma’s in het vmbo is gebaseerd op de invoering van tien nieuwe profielen in de beroepsgerichte leerwegen, waarbij er binnen de structuur van de profielen, naast een algemeen deel en profieldeel, expliciet ruimte is voor beroepsgerichte keuzevakken en verankering van loopbaanoriëntatie en loopbaanbegeleiding (LOB) in het onderwijsprogramma. Met de invoering van beroepsgerichte keuzevakken wordt het mogelijk om het (aanbod van) onderwijs flexibeler in te richten. Scholen bepalen zelf hun aanbod en hoeveel keuze ze leerlingen bieden. Met de invoering en afstemming over profielen en keuzevakken zal een voor het vervolgonderwijs en bedrijfsleven meer herkenbaar vmbo-aanbod ontstaan en kunnen scholen zich naar leerlingen toe sterker profileren. LOB heeft een prominentere plek binnen het examenprogramma. Daarmee wordt beoogd dat leerlingen meer keuzebegeleiding krijgen, een bredere oriëntatie op het vervolgonderwijs en meer inzicht in hun loopbaancompetenties. Leerlingen krijgen daardoor een goed beeld van hun individuele mogelijkheden en komen naar verwachting tot een beter passende opleidingskeuze.

Onderzoek

De vernieuwing van het vmbo wordt van 2016 tot en met 2022 gemonitord en geëvalueerd. Het voorliggende rapport doet verslag van de stand van zaken in 2020.

Algemene ontwikkeling

De nieuwe structuur heeft binnen de scholen veel teweeggebracht: er staat een nieuw vmbo met een vernieuwde bovenbouw. De vernieuwing is daarbij onderdeel geworden van de reguliere ontwikkeling en dynamiek binnen scholen.

Door de vernieuwing is het voorbereidend karakter van het vmbo meer centraal komen staan: de V van vmbo. De vernieuwing doet een beroep op andere competenties van docenten (coachen, ondernemendheid, samenwerking). Het leren van docenten heeft dan ook een flinke boost gekregen.

Vernieuwing als middel en niet als doel: Scholen maken gebruik van de flexibiliteit die de nieuwe structuur biedt. Elke school zoekt daarbij naar de meest passende opzet. Nog steeds worden er aanpassingen gedaan in de volgorde van profiel- en keuzevakken, de plek van het CSPE en, rekening houdend met hoe bewust leerlingen kiezen voor een profiel, kan de hoeveelheid keuzemogelijkheden voor een leerling verschillen.

‘Elke school haar eigen vernieuwing’: vrijwel elke school maakt een programma waarvan ze vindt dat dat past bij de visie, bij de leerlingenpopulatie en betaalbaar/organiseerbaar is. Het bieden van veel keuze – wat veel scholen graag willen – staat soms onder druk vanwege de organiseerbaarheid en de betaalbaarheid.

De volgende stap in de vernieuwing waar scholen mee bezig zijn is de stap naar buiten, in termen van samenwerking met andere vmbo-scholen, mbo (naast de al lopende doorlopende leerlijnen) en bedrijven. Hierbij helpt Sterk Techniekonderwijs (STO), niet alleen voor de technische profielen. Scholen zetten meer in op buitenschools leren door bijvoorbeeld keuzevakken bij het mbo of in een bedrijf te doen.

Profielaanbod

Veranderingen in profielaanbod zijn er mondjesmaat. Soms wordt een profiel alleen nog als keuzevak aangeboden of is er een verandering in het kader van Sterk Techniekonderwijs (STO). Bij Economie & Ondernemen wordt bijvoorbeeld aangegeven dat het slechte arbeidsperspectief op mbo niveau 2 reden vormt om dit niet meer in de basisberoepsgerichte leerweg aan te bieden. Het is meestal een nieuwe schoolleiding die dit soort veranderingen in gang zet.

Op basis van DUO-data is zichtbaar dat tussen schooljaar 2018-2019 en schooljaar 2019- 2020 de toename van profielen kleiner is dan de afname. Ten opzichte van een jaar eerder zijn er landelijk de volgende veranderingen: BWI (-2 vestigingen), E&O (-12), Groen (-1), HBR (-1), MaT (-1), M&T (-1) en Z&W (-1).

Bewuste keuze vraagt duidelijke profilering: Vooral nieuwe profielen als bijvoorbeeld D&P en ook PIE hebben daar hun weg in moeten vinden. Scholen hebben erop ingezet de profielen een herkenbaar gezicht te geven zodat duidelijker is wat deze inhouden, zowel voor de scholen zelf als voor ouders en leerlingen. Dit heeft tot meer duidelijkheid geleid over profielen en beroepsgerichte keuzevakken.

Organiseerbaarheid

Het vmbo heeft te maken heeft met een leerlingendaling, die niet alleen in de basisberoepsgerichte leerweg maar in alle leerwegen, inclusief de theoretische leerweg (TL), merkbaar is. Tegen die achtergrond heeft de invoering van profielen niet geleid tot meer robuustheid wat het aantal leerlingen per profiel per vestiging betreft.

Binnen de daling van het aantal leerlingen zijn zowel regionale verschillen zichtbaar als verschillen tussen leerwegen en profielen.

Lichte stijging van het aantal vestigingen met een klein aantal derdejaarsleerlingen in een profiel: Vooral voor de basisberoepsgerichte leerweg neemt voor de meeste profielen de druk op de vestigingen toe: In zes van de tien (waaronder alle technische) profielen ligt het gemiddeld aantal derdejaarsleerlingen op de helft van de vestigingen onder de 11; in de kaderberoepsgerichte leerweg geldt dat voor de profielen BWI en M&T.

Vaak veel naburig aanbod: BWI, D&P, E&P, Z&W, PIE zijn profielen waar vaak -bij meer dan 60% van de vestigingen- sprake is van naburig aanbod binnen een straal van 10 km. Bij HBR, MVI en M&T geldt dat voor tussen de 35 en 60% van de vestigingen. Bij het profiel groen is dat aandeel lager dan 15% en bij Maritiem & Techniek geldt dat dit unieke vestigingen zijn.

De casestudies laten zien dat scholen ondanks krimp, geneigd zijn het bestaande aanbod in stand te houden. Voor de technische profielen – waar het meestal om de kleinste aantallen gaat – is er optimisme dat de middelen die beschikbaar zijn vanwege STO-oplossingen bieden voor de kleine profielen.

Keuzevakken

In totaal kent het schooljaar 2018-2019 zo’n 125 keuzevakken en 40 profielmodulen die als keuzevakken aangeboden kunnen worden. Over de hele linie zien we dat er een lichte stijging is van het aandeel leerlingen dat een SE aflegt in een keuzevak buiten het eigen profiel.

Exclusieve keuzevakken: Keuzevakken horend bij de profielen Maritiem & Techniek, Groen, Produceren, Installeren & Energie, Mobiliteit & Transport, Bouwen, Wonen & Interieur en Zorg & Welzijn worden relatief exclusief gevolgd door leerlingen van deze profielen. Tegelijkertijd kijkt een relatief klein deel van deze leerlingen tijdens een keuzevak buiten het eigen profiel.

Inclusieve keuzevakken: Keuzevakken horend bij de profielen Economie & Ondernemen, Horeca, Bakkerij & Recreatie en Media, Vormgeving & ICT worden relatief vaak door leerlingen uit andere profielen gevolgd ter verbreding van hun opleiding. Een relatief klein deel van de leerlingen van deze profielen kijkt tijdens een keuzevak buiten het eigen profiel.

De keuzevakken behorend bij Dienstverlening & Producten worden vooral door leerlingen van dit profiel gevolgd. Een groot deel van deze leerlingen kijkt tijdens een keuzevak buiten het eigen profiel.

De casestudies laten grote verschillen zien tussen scholen in de mate waarin leerlingen daadwerkelijk keuzemogelijkheden hebben: van (weinig) keuze binnen een profiel tot keuze van meerdere keuzevakken uit andere profielen. Het hangt vooral af van betaalbaarheid (leerlingaantallen) en visie van de school op onderwijs (breed voorbereidend versus specifiek) hoe dit wordt ingericht. Ook in de casestudies komt naar voren dat als er het laatste schooljaar veranderingen waren in het aantal keuzevakken, het vaak gaat om meer keuze bieden, vanuit steeds bewustere afwegingen.

Actueel programma

Door de vernieuwing zijn de beroepsgerichte examenprogramma’s in de bovenbouw van het vmbo geactualiseerd. Nog steeds zijn er docenten die nog niet tevreden zijn met de inhoud, die het programma bijvoorbeeld te theoretisch vinden en daaraan blijven sleutelen, maar over de hele linie zijn docenten wel de mening toegedaan dat ze een aantrekkelijk programma voor hun leerlingen kunnen bieden. De keuzevakken spelen daarin een belangrijke rol.

Onder oud-leerlingen binnen de basis- en kaderberoepsgerichte leerwegen die het onderwijs in profielen hebben gevold is de tevredenheid over de actualiteit van de opleiding duidelijk hoger dan onder de oud-leerlingen die het onderwijs in afdelingsvakken hebben gevolgd.

LOB

LOB heeft zich afgelopen schooljaar voorzichtig verder doorontwikkeld in de bedoelde richting. Er leek afgelopen schooljaar nog steeds een gestage positieve ontwikkeling gaande, in termen van bewustzijn van het belang van LOB en de plek die dit moet hebben in het onderwijs. LOB blijft voor veel scholen vooralsnog een aandachtspunt.

Scholen waar dit al goed op orde is hebben doorlopende LOB in de school (van leerjaar 1-4) gerelateerd aan de profielen en keuzevakken en geven aan dat het in ‘het achterhoofd van de docenten’ zit. Zij zien positieve effecten op een bewustere opleidingskeuze.

Aansluiting MBO

Doorstroom naar het mbo vindt in de regel binnen verwante opleidingen plaats en het niveau van de vervolgopleiding komt meestal overeen met wat de gevolgde vmbo-leerweg beoogt.

Een nieuw programma maakt nog geen betere aansluiting. Vaak klinkt nog de klacht dat leerlingen in het mbo weer ‘opnieuw moeten beginnen’. Hierin is nog een slag te maken, die deels aan de kant van het mbo ligt. In het vmbo speelt de wens en ambitie om in de toekomt beter aan te sluiten bij het mbo, met STO als potentieel ‘vliegwiel’. Namelijk, als scholen in het kader van STO lopende leerroutes met mbo willen ontwikkelen is samenwerking tussen vmbo en mbo nodig. In de casussen waren er voorbeelden van scholen waar andere profielen, geïnspireerd door voorbeelden uit de techniek, afspraken aan het maken zijn over bijvoorbeeld afstemming keuzevakken-keuzedelen.

Ongeveer 50% van de oud-leerlingen die het vmbo in profielen hebben gevolgd is tevreden met de basis die de opleiding bood om een vervolgopleiding te kiezen, rond de 60% beoordeelt de gevolgde vmbo-opleiding als goede basis om een vervolgopleiding te volgen en zo’n 75% vindt dat de aansluiting redelijk of zelfs goed is.

Download het rapport
Heeft u een vraag?

Neemt u dan direct contact op of vul het formulier in!